Afkortingen en begrippen

Sociale wetgeving
Hieronder vindt u veelgebruikte afkortingen.

Uitkeringen
Overzicht ministerie van SZW.

BBZ
Besluit bijstandsverlening zelfstandigen. Tijdelijke uitkeringsregeling voor zelfstandigen.

IOAW
Wet Inkomensvoorziening Oudere (55+, was 50+) en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers.

IOAZ

Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze gewezen Zelfstandigen.

TW

De Toeslagenwet geeft een aanvulling op uitkeringen als die onder het sociale minimum zijn.

Wajong

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Jonggehandicapten en studenten die al jong arbeidsongeschikt zijn, hebben op grond van de Wajong recht op een uitkering op minimumniveau.

WBIA

Wet Beperking Inkomensgevolgen Arbeidsongeschiktheidscriteria. Inkomensbescherming voor oudere, langdurig arbeidsongeschikten die arbeidsgeschikt worden verklaard.

WGBH/CZ

Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.

WGBL

Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs.

WIA

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De WIA bestaat uit de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA).

WWIK

Wet Werk en inkomen kunstenaars. Uitkeringsregeling voor kunstenaars die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

WSW

De Wet Sociale Werkvoorziening biedt mensen met een arbeidshandicap mogelijkheden om aan het werk te komen.

WW

Werkloosheidswet. Werknemersverzekering tegen de financiële gevolgen van werkloosheid.

WWB

Wet Werk en Bijstand. Uitkeringsregeling voor wie niet over de middelen beschikt om in zijn levensonderhoud te voorzien. .

Ziektewet

Ziektewet. Vangnetregeling voor zieke werknemers die geen werkgever (meer) hebben.

SVB

Sociale Verzekeringsbank: AOW, Anw, Kinderbijslag, enkele andere regelingen.